De impact van grazers op een jong voedselbos
Stel je voor: je bent een paar jaar bezig met je jonge voedselbos.
De bomen groeien, de struiken zetten aan, en het begint echt iets te worden. Dan staan er opeens grazers op het terrein. Schotse Hooglanders, misschien, of een groepje schapen. Wat doen ze?
Eten ze je jonge aanplant op? Of helpen ze je juist?
Het antwoord is niet zwart-wit. Grazers kunnen je voedselbos maken of breken.
Ze zijn als een stuk gereedschap: als je ze op de juiste manier gebruikt, doen ze onmisbaar werk. Als je ze verkeerd inzet, veroorzaken ze schade die jaren kost om te herstellen.
Hoeveel grazers passen er in een natuurgebied?
Dit is de allerbelangrijkste vraag die je jezelf moet stellen voordat je een enkele koe of schaap het terrein op laat.
Het antwoord hangt af van de draagkracht van je gebied. Dat is simpelweg de hoeveelheid voedsel die het land op een duurzame manier kan produceren. Zet je te veel dieren neer, dan ontstaat er schade. In het Reestdal lopen bijvoorbeeld kuddes Schotse Hooglanders, maar dat gebied is ook enorm en heeft een specifieke begroeiing.
Voor een jong voedselbos is de vuistregel: begin extreem voorzichtig. Een jonge boom van drie jaar oud is voor een rund een heerlijke snack.
Zelfs een schaap kan een jonge fruitboom ernstig beschadigen door aan de bast te knagen.
De hoeveelheid grazers die past, is dus eerder een handvol dan een kudde. Je moet denken in termen van oppervlakte per dier. Voor een jong voedselbos (minder dan 5 jaar) is 1 dier per hectare al aan de hoge kant.
Pas als de bomen groter zijn en goed beschermd, kun je de dichtheid langzaam opvoeren. De ondergrond bepaalt voor een groot deel wat kan.
Bodem en vegetatie maken groot verschil
Een zandgrond die snel uitdroogt, produceert minder gras dan een kleigrond die vocht vasthoudt. In het Reestdal zie je dat grazers op het Rabbingerveld en De Wildenberg de heide openhouden. Dat is een ander ecosysteem dan een voedselbos.
In een voedselbos wil je juist dat er een rijke, diverse onderbegroeiing ontstaat.
Gras is hier vaak de eerste horde. Grazers eten vooral gras.
Als je gras onder controle wilt krijgen zonder chemie, dan zijn grazers je bondgenoot.
Ze houden de grasmat kort, wat ruimte geeft voor kruiden en bloemen. Maar let op: grazers zijn niet slim. Ze eten wat het makkelijkst is. Dat is meestal het jonge, sappige blad van je fruitbomen.
Daarom is de inrichting cruciaal. Je kunt niet zomaar een kudde loslaten en hopen op het beste.
Grazers vullen elkaar aan
De bodem en de vegetatie bepalen of je een "grazer" of een "browser" nodig hebt.
Een grazende koe helpt je van het gras af. Een blad etend dier (browser) helpt je van struiken af. Weet wat je wilt bereiken en kies je dier daarop uit.
Als je kijkt naar de dieren in de natuur, dan zie je dat ze allemaal een eigen specialisatie hebben. Dit is een gouden regel in permacultuur: diversiteit zorgt voor veerkracht.
Als je alleen grazers inzet, dan blijven de kruiden en jonge takken staan. Als je alleen browsers inzet, dan blijft het gras staan. De combinatie maakt het werk af.
In de context van het Reestdal en andere natuurgebieden zie je dat Schotse Hooglanders (rundvee) en schapen echte grazers zijn.
Ze hebben vier magen en produceren cellulase om cellulose af te breken. Ze zijn gemaakt om gras te verwerken.
Draagkracht van een gebied
Reewild daarentegen zijn browsers. Ze eten knoppen, jonge blaadjes, kruiden en bast.
Door beide soorten in te zetten (mits de ruimte het toelaat), benutten ze een completer deel van het voedselaanbod. In de praktijk betekent dit vaak dat je kiest voor een type dier dat past bij de successiestadium van je bos. In de beginfase is een schaap (dat gras eet) vaak veiliger dan een rund, mits je de bomen beschermt. Begrijp goed het verschil tussen een traditionele boomgaard en een voedselbos; draagkracht is immers geen statisch getal.
Het verandert met de seizoenen. In de zomer staat het gras metershoog.
In de winter is er sneeuw en ijs. De kunst van het beheren van grazers is het inschatten van die schaarste.
In Nederlandse natuurgebieden worden grazers ingezet om successie tegen te gaan. In een voedselbos wil je successie, je wilt dat het bos volwassen wordt. Je gebruikt de grazers dus niet om het bos klein te houden, maar om het beheer van pioniersoorten in balans te houden.
Een manier om de draagkracht te meten is door de conditie van de dieren te monitoren. Doe dit altijd aan het eind van de winter. Waarom?
Omdat dat de zwaarste periode is. Als dieren aan het eind van de winter moddervet zijn, heb je te veel voedsel beschikbaar. De kudde kan groeien.
Als ze mager maar vitaal zijn, zit je precies op de limiet.
Natuurlijke populatiedynamiek
Dat is de balans die je zoekt. Zijn ze mager en lusteloos?
Dan is de draagkracht overschreden en moet je dieren verwijderen of bijvoeren.
Bijvoeren is overigens een teken dat je planning niet klopte; in een goed systeem moet het natuurlijke voedsel toereikend zijn, tenzij er een extreem strenge winter is. In de natuur regelen roofdieren de aantallen grazers. In Nederland hebben we de wolf steeds vaker, maar in veel gebieden is er geen natuurlijke vijand. Daardoor kunnen populaties explosief groeien.
Zonder roofdieren worden grazers vaak "beheerd" door de mens. Dit betekent dat jij verantwoordelijk bent voor de populatiedynamiek.
Als je grazers inzet in je voedselbos, moet je je gedragen als de wolf.
Je moet durven ingrijpen. Te veel dieren leiden tot overbegrazing. Dat betekent dat de bodem kaal wordt, structuur verloren gaat en de wortels van bomen beschadigd raken.
In het ergste geval gaan bomen dood. De natuurlijke dynamiek gaat dus over observeren en bijsturen.
Zie je dat dieren te veel jonge boompjes eten? Verlaag de druk. Plaats tijdelijk hekken rond kwetsbare zones. Verkoop dieren die te veel schade aanrichten. Denk niet "de natuur regelt het wel", want in een afgesloten systeem zonder roofdieren is de mens de natuur.
Praktische tips voor jouw voedselbos
Wil je grazers inzetten in je jonge voedselbos? Doe het dan goed. Het is een krachtig middel, maar het vereist kennis en regelmatig toezicht.
Hier zijn een paar concrete tips om direct mee aan de slag te kunnen.
- Start met bescherming: Zorg dat elke jonge boom (tot 4 meter hoog) beschermd is tegen aanname. Gebruik stevige rasterhekken of boomkokers. De kosten voor een degelijk raster liggen rond de €300-€500 per hectare, afhankelijk van de kwaliteit. Dit is een investering die je terugverdient door behoud van je bomen.
- Monitor de conditie: Weeg en bekijk je dieren. Doe dit eind maart. Een schaal van 1 tot 5 is gebruikelijk. Scoren ze een 4 of 5? Dan is er te veel voedsel. Scoren ze een 2 of 3? Dan zit je goed. Scoren ze een 1? Dan is het noodweer.
- Denk in zones: Laat grazers niet overal los. Gebruik mobiele hekken (electroraasters). Je kunt een stuk gras afzetten van 50 meter bij 50 meter (2500 m2) voor een koe of 5 schapen. Na een week of drie verplaats je ze naar het volgende stuk. Dit heet mobiele weidegang en boots de natuurlijke kuddebeweging na.
- Kies het juiste ras: Schotse Hooglanders zijn robuust en eten ook ruigere begroeiing, maar zijn vaak moeilijker te verplaatsen. Schapen zijn lichter en eten fijner gras, maar zijn ontsnappingsgevoelig. Limousin-runderen zijn vleesrassen die vaak minder snel vet worden dan melkrassen. Kies wat bij je past.
- Wissel af met browsers: Als je last hebt van braamstruiken of brandnetels, overweeg dan tijdelijk een paar geiten of een reeënachtige (mits afgeschermd). Maar wees voorzichtig: geiten eten ook jonge bomen.
- Leer van de kalender: In het voorjaar is het gras jong en eiwitrijk. In de zomer verliest het voedingswaarde. In de herfst eten dieren wat er over is. In de winter hebben ze ruwvoer nodig. Pas je aantal dieren aan op de seizoenen. Koop in het najaar dieren bij, verkoop ze voor de winter of houd ze klein.
Een jong voedselbos en grazers kunnen een geweldige combinatie zijn. Ze houden het gras laag, zorgen voor mest en stimuleren de biodiversiteit in je ecosysteem.
Maar ze zijn geen "set and forget" oplossing. Ze vragen aandacht. Als je dat geeft, helpen ze je om van een stukje grond een levend, veerkrachtig systeem te maken.