Zelf notenboter maken van walnoten en hazelnoten
Je staat in je voedselbos, de zon schijnt en je hebt een emmer vol walnoten en hazelnoten geoogst.
Dit is het moment dat de magie begint. Zelf notenboter maken is niet alleen een manier om je oogst te verwerken, het is een viering van wat de natuur je geeft. Je proeft de herfst, de bodem en de zon in elke lepel. Het is simpel, het is puur en het smaakt oneindig veel beter dan wat je in de supermarkt koopt.
Bovendien weet je precies wat erin zit: 100% noten, niets meer en niets minder. Laten we beginnen, je staat op het punt om je eigen goud te maken.
Wat is notenboter eigenlijk?
Notenboter is eigenlijk heel simpel: het is niets meer dan fijngemalen noten.
Door de noten lang genoeg te malen, komen de oliën vrij en ontstaat er een smeuïge, romige pasta. Het is een basis die je op oneindig veel manieren kunt gebruiken. Denk aan pindakaas, maar dan gemaakt van noten uit je eigen tuin.
Geen toegevoegde suikers, geen olie, geen conserveermiddelen. Alleen pure, ongeraffineerde smaak.
In een permacultuur-voedselbos zijn noten een powerhouse. Ze zijn rijk aan gezonde vetten, eiwitten en mineralen.
Een hazelaar (Corylus avellana) of een walnootboom (Juglans regia) levert elk jaar een overvloedige oogst. Door ze te verwerken tot boter, verleng je de houdbaarheid en maak je optimaal gebruik van de energie die de boom in de noten heeft gestopt. Het is een vorm van voedselvoorziening die je zelf in de hand hebt. Je kunt notenboter maken van elke notensoort, maar walnoten en hazelnoten zijn een klassieke combinatie.
Walnoten zijn wat bitterder en olieachtiger, hazelnoten zijn zoeter en knapperiger. Samen vormen ze een perfecte balans. Je kunt ze los van elkaar maken, maar mengen geeft een complexere smaak die je nergens anders vindt.
Waarom zou je het zelf maken?
De reden is simpel: smaak en kwaliteit. Koop eens een pot hazelnotenboter uit de winkel en lees de ingrediëntenlijst.
Vaak zit er suiker, palmolie en andere toevoegingen in. Dat proef je, en het is niet nodig.
Zelfgemaakte notenboter smaakt naar de noot, niet naar een chemisch mengsel. Je bepaalt zelf de textuur: van grof en korrelig tot zijdezacht. Financieel gezien is het ook slim.
Een kilo biologische hazelnoten kost bij de boer of via een voedselboscollectief ongeveer €8,- tot €12,-. Walnoten zitten in dezelfde prijsklasse. Een pot van 200 gram notenboter uit de winkel kost al snel €5,- tot €8,-. Met een kilo noten maak je ongeveer 800 gram boter.
Je bespaart dus flink, vooral als je de noten zelf oogst. Je investeert alleen tijd en een beetje energie.
Er is nog een belangrijke reden: zelfvoorzienendheid. In een permacultuursysteem draait het om sluitende kringlopen.
Je oogst noten, verwerkt ze en bewaart ze voor de winter. Je gebruikt geen plastic verpakkingen uit de supermarkt en je bent minder afhankelijk van externe leveranciers. Het is een kleine stap naar een grotere onafhankelijkheid.
De werking: van noot tot boter
Het proces is magisch in zijn eenvoud. Je hebt maar een paar dingen nodig: noten, een sterke blender of keukenmachine, en een snufje geduld.
De kern van de werking is het vermalen van de noten. Eerst maal je ze tot een droog poeder. Dan beginnen de olien vrij te komen en vormt het poeder zich tot korrels. Na een paar minuten verandert het in een dikke pasta.
Tot slot smelt de pasta en ontstaat er een vloeibare, glanzende boter. Walnoten en hazelnoten bevatten ongeveer 60% olie.
Dat is genoeg om zonder toevoeging een boter te maken. Bij pinda's heb je soms een scheutje olie nodig, maar bij deze noten is dat niet nodig.
De olie is van nature aanwezig en komt vrij door de wrijving en hitte die de blender motor opwekt. De temperatuur is belangrijk. Notenboter kan schiften als het te heet wordt.
Gebruik je een blender, zorg dan dat je hem niet te lang achter elkaar laat draaien. Pauzeer af en toe om de motor en de noten af te laten koelen.
Benodigdheden en kosten
Een staafmixer met een mengbeker werkt ook, maar een krachtige blender (zoals een Vitamix of een goedkopere variant van bijvoorbeeld Bosch) geeft het beste resultaat. Je hebt niet veel gereedschap nodig. Een goede blender is het belangrijkste.
Een simpele keukenmachine van €50,- tot €100,- werkt, maar een zwaardere blender van €150,- tot €300,- maalt fijner en gaat langer mee.
Merken als Nutribullet, Philips of Bosch zijn prima. Voor een voedselbos-enthousiasteling is een zware blender een investering voor de lange termijn.
Verder heb je een weegschaal nodig en eventueel een zeef. Een zeef is handig als je een ultrafijne textuur wilt, maar is niet verplicht.
De noten zelf: reken op ongeveer 500 gram noten voor een pot van 400 ml. Koop ze bij een lokale boer of oogst ze zelf. Verse noten geven de beste smaak, maar gedroogde noten werken ook prima. De totale kosten voor een pot notenboter zijn laag.
Als je noten zelf oogst, zijn de kosten bijna nul. Koop je ze, dan ben je ongeveer €4,- tot €6,- kwijt voor een pot van 200 gram.
Dat is de helft van de winkelprijs. En je hebt geen afval, want de schillen kun je composteren.
Stappenplan: maak je eigen notenboter
Begin met het roosteren van de noten. Verwarm de oven voor op 160°C.
Verspreid de walnoten en hazelnoten over een bakplaat. Rooster ze 10 tot 15 minuten tot ze lichtbruin zijn en geuren. Dit versterkt de smaak en maakt de olien losser.
Laat ze afkoelen op een theedoek. Als je zelf walnoten oogst en droogt, schil ze dan niet; de schil geeft extra diepte.
Doe de noten in de blender. Begin met 500 gram noten, bijvoorbeeld 300 gram walnoten en 200 gram hazelnoten. Zet de blender aan op een lage stand en verhoog langzaam.
Het duurt even voordat er wat beweging in komt. Na een minuut of twee zie je een droog poeder ontstaan.
Schraap de zijkanten schoon met een spatel. Verhoog de snelheid.
Na drie tot vijf minuten begint de pasta te klonteren. Dan verandert het in een dikke, korrelige massa. Blijf draaien, maar pauzeer om de 30 seconden. Na ongeveer tien minuten smelt de massa en ontstaat er een vloeibare, glanzende boter.
Het kan even duren, maar heb geduld. De blender wordt warm, dat is normaal.
Varianten en modellen
Proef en pas aan. Wil je een zoetere boter? Voeg een snuf zeezout toe.
Wil je extra smaak? Meng een theelepel kaneel erdoor, of verwerk je oogst uit het voedselbos tot likeur met bramen, sleedoorn en kersen.
Giet de boter in een schone glazen pot. Laat afkoelen en zet in de koelkast. De boter wordt steviger als hij afkoelt.
Je kunt variëren met de verhouding noten. Een basisrecept is 50/50, maar probeer eens 70% hazelnoten en 30% walnoten voor een zoetere smaak.
Of omgekeerd voor een meer bittere, complexe boter. Voeg een handje amandelen toe uit je voedselbos voor extra textuur. Amandelen zijn wel duurder, ongeveer €12,- per kilo, maar ze geven een lekkere bite.
Een andere variant is gebrande notenboter. Rooster de noten iets langer, tot ze donkerbruin zijn.
Dat geeft een karamelsmaak. Of voeg een scheutje koudgeperste olie toe, zoals olijfolie uit je eigen boomgaard, voor een extra romige textuur.
Dit is niet nodig, maar het kan wel. De prijs van olijfolie ligt rond €15,- per liter, maar een scheutje is genoeg. Er zijn ook modellen met toevoegingen voor gezondheid. Voeg een lepel chiazaad of lijnzaad toe voor omega-3.
Of meng er een beetje honing uit je eigen bijenkast doorheen voor natuurlijke zoetheid. Honing kost ongeveer €8,- per pot, maar je gebruikt maar een beetje. Experimenteer en ontdek wat bij jouw oogst past.
Praktische tips voor het beste resultaat
Gebruik altijd verse noten. Oude, ranzige noten geven een bittere smaak.
Bewaar noten op een koele, donkere plek, bijvoorbeeld in een schuur of kelder.
In een voedselbos kun je ze drogen aan de boom of na de oogst in een droogrek. Vermijd plastic zakken; ze kunnen vochtig worden. Laat de blender niet te lang draaien zonder pauze.
De motor kan oververhit raken, en de notenboter kan schiften. Pauzeer elke minuut en schraap de zijkanten schoon.
Een staafmixer met een mengbeker is een goed alternatief als je geen zware blender hebt. Het duurt iets langer, maar het werkt. Bewaar de notenboter in een luchtdichte glazen pot in de koelkast. Het blijft minstens een maand goed.
Vries het in voor langere houdbaarheid, tot drie maanden. Smeer het op brood, meng het door je havermout of gebruik het als basis voor sauzen, net zoals je zorgvuldig zaden bewaart voor het volgende plantseizoen.
Je zult merken dat je nooit meer terug wilt naar de winkelversie. Geniet van het proces. Je bent niet alleen eten aan het maken, je bent verbonden met je voedselbos.
Elke lepel vertelt een verhaal van bomen, bodem en seizoenen. Dat is de kracht van permacultuur: eten met een verhaal. Ga aan de slag, je zult versteld staan van de smaak.