Hoe ga je om met de processierups in je voedselbos?

R
Redactie Bomen en Mensen
Redactie
Dieren en Biodiversiteit · 2026-02-15 · 8 min leestijd

Stel je voor: je loopt door je voedselbos, tussen de eiken, peren en hazelaars, en ziet ineens een wit spinsel in de kruin. Of erger, je voelt een jeukende plek op je arm na het snoeien.

De eikenprocessierups is geen grapje, maar met de juiste aanpak hou je je voedselbos gezond en veilig.

Je hoeft niet in paniek te raken of direct de zwaarste bestrijdingsmiddelen in te zetten. Er is een slimme, natuurlijke manier die werkt, zonder je oogst of biodiversiteit op het spel te zetten.

Wat is de eikenprocessierups

De eikenprocessierups is de larve van een nachtvlinder, de eikenprocessievlinder. In augustus legt het vrouwtje eitjes op eikenbomen, vaak in de nok van de kruin of op dikke takken. In april komen de rupsen uit en beginnen ze met eten: eerst de jonge knoppen, dan de eerste bladeren.

Ze groeien snel en doorlopen verschillende huidjes. In de nazomer verpoppen ze zich en van eind juli tot begin oktober vliegen de vlinders uit.

Uiterlijke kenmerken

In een voedselbos met eiken – bijvoorbeeld als hoofdboom of als schaduwboom voor bladgroenten – kan deze rups dus opduiken. De rups is grijsbruin met een donkere ruglijn en kleine wratjes.

Op latere leeftijd zie je twee oranje vlekken op de rug. Het gevaar zit ‘m in de minuscule brandharen: die breken af en veroorzaken huiduitslag, oogklachten en luchtwegproblemen bij mens en dier. In een voedselbos loop je extra risico omdat je regelmatig tussen de bomen beweegt voor oogst, snoei of onderhoud. Kinderen en huisdieren zijn extra gevoelig.

Waar komt deze rups vandaan

De eikenprocessierups komt oorspronkelijk uit Zuid- en Midden-Europa. Door klimaatverandering – warmere winters en drogere zomers – verspreidt hij zich steeds verder noordwaarts.

In Nederland is het een landelijk probleem, vooral in de zomer. Je ziet waarschuwingslinten langs eikenrijen en parken.

Natuurlijke vijanden

In permacultuur-voedselbossen met eiken als structuurboom of schaduwleverancier is waakzaamheid nodig, zeker als je eetbare gewassen onder of rond de eiken plant. Gelukkig heeft de rups vijanden. De belangrijkste in je voedselbos zijn parasitaire aaltjes, Steinernema feltiae. Deze microscopische wormen dringen de rups binnen en doden hem van binnenuit.

Ze zijn specifiek voor insectenlarven en veilig voor mensen, huisdieren en nuttige insecten zoals bijen en zweefvliegen.

In Nederland zijn deze aaltjes verkrijgbaar via biologische bestrijdingsmiddelen, vaak als mineraalpoeder dat je oplost in water. Je kunt ze inzetten in de bodem én in de boom. De rups verdedigt zich met brandharen die bij aanraking afbreken.

Verdediging van de rups

Die haren zitten al op jonge leeftijd en worden meer naarmate de rups groeit. In de bodemnesten zijn die haren extra gevaarlijk: ze zweven makkelijker omdat er geen spinsel omheen zit.

In een voedselbos betekent dit dat je niet alleen in de kruin moet kijken, maar ook laag op de stam en in de bodem rond de eik.

Vooral bij droog en warm weer ontstaan er meer grondnesten.

Verspreiding van de eikenprocessierups

De rups verspreidt zich via de vlinder, maar ook via wind en tocht. In voedselbossen kan een enkele besmette eik al leiden tot verspreiding naar nabijgelegen eiken. Door de noordwaartse verspreiding is het verstandig om niet alleen je eigen bomen te controleren, maar ook bomen in de omgeving.

In permacultuur denken we in verbondenheid: een plaag in de buurt kan snel jouw bos beïnvloeden, net zoals de invloed van een voedselbos op de lokale bijenpopulatie groot is.

Houd rekening met warme, droge zomers waarin de rups zich sneller ontwikkelt.

Klachten die de eikenprocessierups veroorzaakt

De brandharen veroorzaken huiduitslag, jeuk, rode vlekken en bultjes. Bij contact met de ogen ontstaan irritatie, tranen en soms tijdelijk verminderd zicht.

Inademing van haren kan leiden tot hoesten, benauwdheid en keelpijn. Bij kinderen en huisdieren kunnen de klachten heftiger zijn. In een voedselbos loop je extra risico omdat je vaak tussen de bomen beweegt, vooral tijdens het oogsten van fruit of het verzamelen van kruiden onder eiken.

Gevaar voor honden

Honden zijn extra kwetsbaar. Ze snuffelen graag aan de grond, bij de stam of in het kreupelhout.

Als ze in contact komen met brandharen, kunnen ze jeukende plekken krijgen, opgezette klieren en soms ernstige mondontsteking.

Voorkom dat je hond losloopt in gebieden met waarschuwingslinten. In je eigen voedselbos kun je tijdelijk een lijn gebruiken of de hond buiten de risicogebieden houden tot je de bestrijding hebt uitgevoerd.

De eikenprocessierups bestrijden

Stap-voor-stap handleiding: natuurlijke bestrijding met parasitaire aaltjes (Steinernema feltiae) in je voedselbos.

Deze aanpak is effectief, veilig voor je oogst en goed voor de biodiversiteit. Je hebt nodig: aaltjes in mineraalpoeder (bijv. 5 miljoen of 25 miljoen entomopathogene nematoden, afhankelijk van de grootte van je bos), een gieter of rugspuit, lauw water, handschoenen, en een meetbeker of maatbeker. Veelgemaakte fout: alleen de kruin controleren en de bodem overslaan.

  1. Check de temperatuur: werk bij bodemtemperaturen boven 12°C, liefst 15–20°C. Bij koude grond zijn aaltjes minder actief. Meet met een bodemthermometer op 5–10 cm diepte. Doe dit in de middag als de grond opgewarmd is.
  2. Verzamel materiaal: los 5 miljoen aaltjes op in 5 liter lauw water (max 25°C) voor een kleinere besmetting, of 25 miljoen in 10–15 liter voor grotere percelen. Gebruik een gieter of rugspuit zonder filter. Draag handschoenen.
  3. Behandel de bodemnesten: spuit het aaltjesmengsel rondom de voet van de eik, in een straal van 1 meter. De rupsen uit bodem verblijven in deze zone. Werk langzaam, zodat de bodem goed vochtig wordt zonder te doorweeken. Reken op 1–2 liter per vierkante meter.
  4. Behandel de stam en lage takken: spuit ook de onderste 1–2 meter van de stam en lage takken waar rupsen zonder spinsel kunnen zitten. Dit voorkomt dat ze ongemerkt verder groeien.
  5. Herhaal na 2–3 weken: aaltjes leven enkele weken. Na 2–3 weken herhaal je de behandeling om rupsen die later uitkomen of overleven alsnog te doden. Zet een reminder in je agenda.
  6. Combineer met monitoring: controleer wekelijks op nieuwe spinsels of rupsen, vooral na regen en bij warm weer. Noteren waar je wat ziet, helpt bij een gerichte aanpak.
  7. Vermijd spuiten in de kruin: aaltjes werken het best in vochtige omstandigheden. In de kruin drogen ze snel uit. Focus op bodem, stam en lage takken. Voor hoge nesten: overweeg wegzuigen door een professional.

Rupsen uit bodem hebben geen spinsel en verspreiden brandharen makkelijker. Check dus altijd laag en rond de stam.

Als er hoge nesten in de kruin zitten met veel spinsel, is wegzuigen door een gespecialiseerd bedrijf verstandig.

Wegzuigen van nesten

Zij gebruiken een stofzuiger met HEPA-filter en beschermende kleding. Doe dit bij voorkeur vóór de rupsen verpoppen, meestal in mei/juni. In een voedselbos is het slim om dit te combineren met aaltjesbehandeling van de bodem en stam.

Vraag naar een offerte: voor een enkele eik ben je vaak €150–€300 kwijt, afhankelijk van hoogte en bereikbaarheid. Zorg dat je oogstbare gewassen tijdelijk niet onder de boom staan tijdens de werkzaamheden.

Eikenprocessierups in de bodem

Rupsen kunnen zich ook in de bodem ontwikkelen, vooral bij warm en droog weer. Ze grondnesten onder de voet van de eik, soms in de wortelzone.

Dit gebeurt vaker als er meeldauw op eikenbladeren zit en de boom minder blad heeft.

In een voedselbos zie je dit soms bij oudere eiken met een open kruin, waar de zon op de bodem schijnt. De rupsen blijven in een straal van 1 meter rond de voet van de eik. Ze zijn moeilijker te zien omdat ze niet spinnen. Dit maakt aaltjes extra waardevol: die zoeken de rupsen op in de bodem.

Waarom grondnesten?

Grondnesten ontstaan door warm en droog weer. Als de boom minder blad heeft, is er meer licht en warmte op de bodem.

Meeldauw op bladeren verzwakt de boom en maakt de omstandigheden gunstiger voor rupsen om laag te blijven. In permacultuur werken we met laagjes en schaduw, maar bij eiken kan een open kruin juist risico’s geven. Een gezonde boom met dicht blad minder vatbaar. Zorg voor goede bodemvochtigheid, mulch rond de eik en vermijd bodemverdichting.

Wanneer zijn rupsen in de bodem?

Rupsen uit de bodem komen eind mei-begin juni tevoorschijn, meestal in het vierde ontwikkelingsstadium. Ze verblijven in een straal van 1 meter rond de voet van de eik. In die periode controleer je extra: zoek naar kleine hoopjes aarde, fijne draadjes of rupsen die over de grond lopen. In een voedselbos is dit het moment om aaltjes in te zetten, zodat je de plaag vóór bent voordat ze uitgroeien en brandharen verspreiden.

Hoe herken je bodemaanval?

Let op deze signalen: fijne spinseldraden op de grond, rupsen die over de bodem lopen, kleine hoopjes aarde bij de voet van de eik, en jeukende plekken na tuinieren.

Ook zie je soms uitwerpselen van rupsen op bladeren die laag hangen. Controleer wekelijks, vooral na warme dagen en na regen. In voedselbossen met eiken en fruit onder de boom is extra aandacht nodig, omdat de rupsen makkelijk overspringen naar lagere gewassen.

Tip: combineer aaltjes met ecologisch tuinieren. Geen chemische bestrijding, maar werken met de natuur. Zo blijft je voedselbos gezond en productief.

Verificatie-checklist

Met deze aanpak hou je de eikenprocessierups onder controle en ondersteun je natuurlijke bewoners zoals de eikelmuis, zonder je voedselbos te beschadigen.

Je bent veilig, je oogst blijft gezond en de biodiversiteit krijgt ruimte. Pak het praktisch aan, dan ontdek je misschien wel de schoonheid van natuurfotografie in je eigen voedselbos, terwijl je zorgeloos geniet van je eiken, fruit en kruiden.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Dieren en Biodiversiteit
Ga naar overzicht →
R
Over Redactie Bomen en Mensen

Expert content over voedselbos permacultuur bomen fruit natuur