Het belang van 'vrije ruimtes' en open plekken in het ontwerp

R
Redactie Bomen en Mensen
Redactie
Ontwerp, Planning en Strategie · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je loopt door een voedselbos en ineens kom je een open plek tegen. Het zonlicht valt door de bladeren, je hoort vogels en je ruikt de aarde. Zomaar even niets, behalve ruimte.

Dat gevoel, die vrije ruimte, is precies wat we nodig hebben in onze wijken.

Het is niet alleen fijn voor ons, maar essentieel voor hoe we samenleven en ontwerpen aan de toekomst. Laten we het daar eens over hebben.

Nieuwe vuistregels voor een beweegvriendelijke openbare ruimte

Onze buurten worden voller en drukker. We moeten slim omgaan met elke vierkante meter.

Het RIVM heeft hier in 2025 harde vuistregels voor gepubliceerd. Ze zijn helder: minimaal 25% van de openbare buitenruimte moet vrij blijven voor bewegen en verblijf. Dat is geen wens, dat is een minimum voor een gezonde leefomgeving. Denk aan een voedselbos met appel- en perenbomen.

Tussen de rijen fruitbomen door kunnen paden lopen, maar je hebt ook echt open plekken nodig. Een grasveldje van 100 m² waar kinderen kunnen ravotten, of een open plek van 500 m² met een paar zitbanken en uitzicht op de moestuin.

Dat telt allemaal mee in die 25%. De RIVM-regels zijn concreet en makkelijk te koppelen aan je ontwerp.

Vuistregels voor een beweegvriendelijke omgeving

Ze gaan over loop- en fietsafstanden vanaf elk huis. Zo moet er binnen 200 meter een speelplek zijn voor kinderen tot 12 jaar. Binnen 400 meter moet iedereen ouder dan 12 jaar kunnen sporten of spelen.

Elk huis moet binnen 300 meter toegang hebben tot minimaal 1 hectare aaneengesloten beweeggroen. In een voedselbosontwerp betekent dit dat je de open plekken strategisch moet inpassen.

Je kunt niet zomaar overal bomen planten. Je moet zorgen voor een netwerk van open ruimtes die met elkaar verbonden zijn. Stel je voor: een centrale open weide van 1,5 hectare met een fruitboomgaard eromheen, en kleine open plekken van 200 m² verspreid over het bos.

Dat voldoet aan de regel en voelt als een speels, afwisselend landschap.

Verder moet er binnen 800 meter een supermarkt, huisarts en basisschool zijn. En binnen 1.500 meter minimaal drie typen sportaccommodaties.

Dit lijkt misschien ver weg, maar in een voedselbosontwerp kun je deze functies integreren.

Denk aan een sportveldje naast de notenboomgaard, of een kleine marktplek bij de uitgang van het bos waar je je zelfgeoogste groenten kunt verkopen. De 30% boomkroonbedekking zorgt voor schaduw en verkoeling, wat essentieel is op die open plekken.

Vrije ruimten, cultuur en brede welvaart

Vrije ruimtes zijn niet alleen belangrijk voor bewegen, maar ook voor cultuur en ontmoeting. In 2024 publiceerde de Raad voor Cultuur een advies over toegang tot cultuur. Ze benadrukken dat cultuur mensen samenbrengt en bijdraagt aan brede welvaart.

Dit sluit aan op het concept 'third places' van Oldenburg uit 1989.

Dit zijn plekken buiten huis en werk waar je informeel kunt ontmoeten, zoals een park, een buurthuis of een open plek in een bos. In een voedselbos kun je deze derde plekken creëren.

Stel je een open plek voor met een houten paviljoen waar workshops permacultuur worden gegeven. Of een centrale weide waar in de zomer een lokaal festival plaatsvindt, met optredens en eten uit de eigen tuin. Dit zijn plekken waar cultuur en natuur samenkomen.

Om dit te beschermen tegen commerciële druk, is gedeeld eigenaarschap belangrijk. Stel je voor: een coöperatie van bewoners die samen het voedselbos beheert, inclusief de open plekken.

Waar cultuur mensen samen brengt

Zo blijft de ruimte vrij en toegankelijk voor iedereen. Dit sluit ook aan bij de Omgevingswet, die samenhang in gebiedsgericht werken stimuleert. Een open plek in een voedselbos is een podium voor cultuur. Denk aan een klein amfitheater van stapelbare zitblokken, gemaakt van hergebruikt hout.

Kosten: ongeveer €2.000-€5.000, afhankelijk van de grootte en materialen. Of een open plek met een composthoop en een wormenbak, waar je workshops compost maken kunt geven.

Dit zijn kleine investeringen met een grote impact. Je kunt ook denken aan een open plek met een ‘pluktuin’ van eetbare bloemen en kruiden.

Hier kunnen buurtbewoners gratis plukken voor hun eigen maaltijd. Dit stimuleert gezondheid en sociale cohesie. De kosten zijn laag: zaadjes en wat handwerk. Het belangrijkste is dat de ruimte vrij en open blijft.

Waarom vrije ruimte nodig is voor uitvoeringskracht in gebiedsprocessen

Wanneer je een voedselbos ontwerpt, heb je ruimte nodig voor dialoog en aanpassing.

Gebiedsgericht werken, zoals gestimuleerd door de Omgevingswet, vraagt om flexibiliteit. Je plant niet zomaar bomen; je luistert naar de behoeften van de buurt en past je ontwerp aan. Vrije ruimtes bieden deze flexibiliteit.

Stel je een open plek voor die tijdelijk wordt gebruikt voor een bouwkeet of een pop-up tuin. Zo kun je experimenteren zonder direct alles vast te leggen.

Wat is gebiedsgericht werken?

Dit verhoogt de uitvoeringskracht van je plan. Een voorbeeld: een voedselbos van 5 hectare met 70% beplanting en 30% open ruimtes, waarbij je ook alvast de verwerking en opslag van je oogst meeneemt in het ontwerp.

De open ruimtes zijn verspreid in kleine en grote vormen: een centrale weide van 1 hectare, en 10 kleine plekken van 200 m². Dit voldoet aan de RIVM-regels en biedt ruimte voor ontwikkeling. De kosten voor aanleg: ongeveer €50.000-€100.000 per hectare, afhankelijk van de inrichting. Gebiedsgericht werken betekent dat je een hele buurt of wijk als een geheel ziet, niet als losse percelen.

In een voedselbosontwerp maken betekent dit dat je rekening houdt met de verbinding tussen open plekken, bomen en paden. Je zorgt dat de open ruimtes naadloos aansluiten op de bebouwing en de natuur.

Een praktische tip: gebruik een GIS-tool om de loopafstanden te berekenen en de invloed van bebouwing op je microklimaat in kaart te brengen. Zorg dat elke open plek binnen 200-400 meter van een woning ligt. Dit maakt je ontwerp niet alleen functioneel, maar ook eerlijk en toegankelijk.

Praktische tips voor je eigen voedselbosontwerp

Wil je zelf aan de slag? Begin met het inmeten van je perceel. Gebruik een schep en een meetlint om de grootte van je open plekken te bepalen.

Een kleine open plek van 100 m² kost ongeveer €500-€1.000 om in te richten met gras en wat zitstenen.

Kies voor inheemse bomen en planten die passen bij de open plekken. Denk aan wilde rozen of lijsterbessen aan de rand van een weide.

Dit trekt vogels en insecten aan en versterkt de biodiversiteit. Organiseer een buurtbijeenkomst om ideeën op te halen voor de open plekken. Stem af wie wat onderhoudt.

Zo bouw je aan een gedeeld eigenaarschap en blijft de ruimte vrij voor iedereen.

Investeer in een eenvoudig ontwerpplan. Een tuinarchitect kost €1.000-€3.000, maar je kunt ook zelf aan de slag met gratis tools zoals Google Earth of QGIS. Zorg dat je plan voldoet aan de RIVM-vuistregels en ruimte laat voor creativiteit. Onthoud: vrije ruimtes zijn geen lege plekken, maar plekken vol potentieel.

Ze zorgen voor beweging, ontmoeting en een gezonde leefomgeving. Dus, ga naar buiten, voel de zon op je gezicht en begin met dromen over jouw voedselbos.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Ontwerp, Planning en Strategie
Ga naar overzicht →
R
Over Redactie Bomen en Mensen

Expert content over voedselbos permacultuur bomen fruit natuur