De invloed van een nat voorjaar op de bestuiving
Een nat voorjaar, weinig zon en koude nachten. Je staat in je voedselbos en het voelt alsof de natuur op pauze staat.
De bomen staan wel in blad, maar de bloesems blijven langer gesloten en de insecten blijven weg. Dat gevoel klopt helaas.
Dit jaar was het dramatisch voor de bestuiving in onze permacultuurtuinen. De aantallen wilde bijen, hommels en vlinders zijn flink gedaald, en dat heeft directe gevolgen voor je fruitoogst. Zonder deze kleine helden geen appels, peren of bessen. Laten we eens kijken wat er precies gebeurt en wat jij kunt doen om ze te helpen.
Dramatisch jaar voor vlinders, hommels en bijen
De cijfers liegen er niet om. Het was geen pretje voor insecten de afgelopen tijd.
Onderzoekers telden tot wel 25% minder vlinders en wilde bijen vergeleken met vorig jaar. Hommels deden het nog slechter: een daling van 50%. Dit sluit aan bij een groter, verontrustend beeld. In de afgelopen 27 jaar is de totale vliegende insectenbiomassa in Duitsland met 75% afgenomen.
De klap voor de bestuiving is enorm. Een gemiddeld Nederlands bijenvol overleefde deze winter niet.
In Vlaanderen is zelfs 32,8% van de 381 soorten wilde bijen bedreigd.
De dagvlinders in maart en mei lieten een daling van 20-30% zien. Waarom is dit zo pijnlijk voor ons voedselbos? Omdat 80% van de plantensoorten afhankelijk is van insectenbestuiving. Zonder hen geen vruchten aan je fruitbomen.
Waarom zijn er minder insecten?
Een nat voorjaar treft insecten op meerdere fronten. Koud en nat weer houdt vliegende insecten op de grond.
Hun vleugels worden te nat om te vliegen en hun lichaamstemperatuur komt niet op gang. Ze kunnen simpelweg niet op zoek naar voedsel of een partner. Tegelijkertijd bloeien veel planten later of minder uitbundig, waardoor er minder nectar en stuifmeel beschikbaar is.
Het is een vicieuze cirkel. Maar het gaat verder dan alleen het weer.
Onze leefomgeving is hard veranderd. We hebben te maken met verlies van leefgebied door intensieve landbouw en stenen tuinen. Gifstoffen in de landbouw, zoals neonicotinoïden, doden insecten of maken ze verward.
Ze vinden geen weg terug naar hun nest. In een voedselbos proberen we dit te keren, maar de omgeving buiten onze tuin speelt een enorme rol.
Hoe kun je de bijen helpen?
Gelukkig is er veel wat je zelf kunt doen. Jouw voedselbos kan een waar paradijs worden voor wilde bestuivers. Het draait allemaal om drie dingen: voedsel, water en een nestplek.
Zorg voor een constante stroom van bloemen, van de eerste voorjaarsbode tot laat in het najaar.
Plant dus niet alleen fruitbomen, maar ook bodembedekkers en vaste planten die op verschillende momenten bloeien. Voor water zorg je eenvoudig met een ondiep bakje met water en wat stenen erin, zodat insecten niet verdrinken.
Bij aanhoudende droogte is dit een lifesaver. Voor nestplekken hoef je niet meteen een duur bijenhotel van €30-€50 te kopen. Vaak werken simpelere oplossingen beter.
Denk aan een stapel takken of een stukje kale grond. Wilde bijen graven namelijk graag zelf een gang in de grond of in oude houtstapels.
Biodiversiteit in Vlaanderen is geen bijzaak
De Vlaamse overheid ziet het belang van wilde bestuivers in. Ze hebben het 'Vlaams actieplan voor wilde bestuivers 2022-2030' opgesteld.
Dit plan is hard nodig, want de biodiversiteit staat onder druk. Het is geen bijzaak; het is de basis van onze voedselproductie en een gezond ecosysteem.
Door specifieke maatregelen te nemen, proberen ze de achteruitgang te keren. Een concreet onderdeel van dit plan zijn de 21 wildebestuiversreservaten. Dit zijn gebieden waar extra aandacht is voor de leefomgeving van bijen, hommels en zweefvliegen, bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe je de vroege dracht stimuleert.
Ook is er de 'Week van de Bij' voor sensibilisering. Dit toont aan dat het een gedeelde verantwoordelijkheid is. Jouw voedselbos kan een micro-reservaat zijn, een veilige haven in een soms kaal landschap. Het actieplan draait om praktische stappen die we kunnen zetten.
Maatregelen voor meer wilde bestuivers
De focus ligt op het herstellen van leefgebieden en het verminderen van pesticiden.
In jouw voedselbos betekent dit dat je een plek creëert die veilig en voedzaam is. Je bouwt als het ware een schuilplaats voor de insecten die elders worden weggejaagd.
- Strooi met bloemenzaad: Kies voor inheemse mengsels die lang bloeien. Denk aan boerenwormkruid, rode klaver en korenbloemen.
- Laat de boel de boel: Een stapel takken of wat bladeren laten liggen geeft insecten een schuilplek en nestruimte.
- Spuit nooit gif: Zeker geen neonicotinoïden. Gebruik liever natuurlijke bestrijding of accepteer wat vraatschade.
- Plant in groepen: Insecten vinden een grote pluk bloemen makkelijker dan een enkele plant. Plant bijvoorbeeld een groep van 5 tot 10 dezelfde planten bij elkaar.
Extra maatregelen voor wilde bestuivers in 21 wildebestuiversreservaten
De aanpak in de 21 reservaten is een blauwdruk voor wat we in onze eigen tuinen kunnen doen.
Hier worden grootschalige ingrepen gedaan om de leefbaarheid van gebieden te verbeteren. Denk aan het aanplanten van bloemrijke randen langs akkers en het openhouden van zandige of kleiige stukken grond waar bepaalde bijensoorten nestelen. Het doel is om verbindingen te creëren tussen leefgebieden. Als je een voedselbos beheert, kun je de invloed van seizoensgebonden begrazing in het bos toepassen op jouw schaal.
Zorg dat jouw boomgaard niet een eiland is, maar een onderdeel van een netwerk. Combineer je fruitbomen met struiken zoals wilde rozen of braam. Deze bieden niet alleen vruchten, maar ook beschutting en nestgelegenheid voor hommels en andere wilde bijen die in de stengels van dode planten overwinteren.
Praktische tips voor jouw voedselbos
Het is duidelijk dat we aan de bak moeten. Een nat voorjaar maakt het moeilijk, maar met de juiste aanpak draai je de situatie deels terug.
- Diversiteit in bloei: Zorg dat er iets te eten is van maart tot oktober. Plant vroegbloeiende planten zoals krokussen en sleedoorn, en laatbloeiende zoals herfstaster en sedum.
- Waterpunten aanleggen: Vul een schaal of oude vogelbadje met een laagje water en leg er kiezels of mos in. Ververs het water regelmatig.
- Nestplekken creëren: Koop of maak een bijenhotel met rietstengels of boorgaten in hardhout. Zet dit op een zonnige, beschutte plek op het zuiden.
- Geen chemicaliën: Dit is de allergrootste stap. Laat de natuurlijke vijanden van bladluizen (lieveheersbeestjes) hun werk doen. Een schoon voedselbos is een gifvrij voedselbos.
- Monitor en leer: Kijk welke insecten op welke planten afkomen. Zo leer je wat werkt in jouw specifieke omgeving en kun je je aanpassen.
Focus op de essentials: voeding, water en shelter. Jouw tuin kan het verschil maken voor de insecten in jouw regio. Hieronder een concreet actieplan dat je direct kunt uitvoeren.
Door deze stappen te zetten, bouw je een weerbaar voedselbos. Eentje die beter bestand is tegen een nat voorjaar en die een rijke oogst blijft geven, dankzij de hulp van onze gevederde en gevederde vrienden.