De aanpak van de mineermot bij de paardenkastanje
Je staat in je voedselbos, tussen je fruitbomen en vaste planten, en je ziet je prachtige paardenkastanje langzaam verkleuren.
Niet door de herfst, maar door kleine mijntjes die het blad ontsieren. Dat is de paardenkastanjemineermot. Een vervelend beestje, maar gelukkig kun je er als permacultuur-liefhebber prima mee omgaan.
Je hoeft de boom niet meteen te vervangen. We gaan voor een aanpak die past bij de natuur. In deze gids leg ik je precies uit hoe je deze mineermot de baas wordt, zonder de boel in je voedselbos te verstoren.
Bestrijding van de kastanjemineermot
De paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella) is een kleine vlinder van ongeveer 5 millimeter. Hij is klein, maar de schade is zichtbaar.
De vrouwtjes leggen eitjes op de bladeren van je paardenkastanje. De larven die daaruit komen, vreten zich een weg door het blad.
Ze vreten het bladmoes op, waardoor er zogenaamde 'mijnen' ontstaan. Dit ziet eruit als bruine, verdorde vlekken op het blad. Uiteindelijk leidt dit tot vroege bladval, soms al in augustus.
Je zult merken dat deze mot tot drie generaties per jaar kan hebben. Ze zijn actief van juni tot en met september. In Nederland is geen professionele bestrijding beschikbaar die effectief is. Je zult het dus zelf moeten oplossen. De goede boodschap?
De boom gaat er zelden aan dood. De kastanjemineermot veroorzaakt geen sterfte en maakt je boom ook niet gevoeliger voor de kastanjebloedingsziekte.
Je boom blijft staan, alleen het blad ziet er even minder mooi uit. Wat wel belangrijk is om te weten: natuurlijke vijanden zoals sluipwespen en mezen helpen hier helaas niet genoeg.
Ze eten de rupsen niet of nauwelijks. Dus, we moeten het op een andere manier aanpakken. De focus ligt op het verstoren van de levenscyclus van de mot.
Dit doe je door te werken met feromonen en door blad hygiëne toe te passen.
Dit is een klassieke permacultuur-strategie: observeer en grijp in waar het echt nodig is, zonder de boel plat te spuiten.
Wat kun je zelf doen?
De beste actie die je nu kunt ondernemen, is het monitoren van de populatie. Je wilt weten hoeveel motten er zijn en wanneer ze vliegen.
Zonder deze data weet je niet of je moet ingrijpen. In de permacultuur kijken we altijd naar het systeem.
De mineermot overwintert in het afgevallen blad. De poppen verdragen temperaturen tot min 23 graden Celsius. Als je dus in de herfst het blad onder de boom laat liggen, geef je de populatie een perfecte schuilplaats voor de winter.
Een simpele, maar zeer effectieve actie is het verzamelen en vernietigen van het afgevallen blad in de herfst. Dit verkleint de populatie overwinterende poppen drastisch, net zoals bij natuurlijke oplossingen voor de perenprachtkever.
Je kunt het blad composteren, maar let op: de composthoop moet heet genoeg worden (minimaal 55-60°C) om de poppen te doden. Is je composthoop niet heet genoeg? Dan is het beter om het blad te verbranden of via de GFT-bak af te voeren. Dit is de basis van je aanpak van de rozekever in de kruidlaag.
Een schone boomvoet in de winter is een gezonde boom in de zomer.
Daarnaast is het slim om de boom verder te versterken. Zorg dat je paardenkastanje gezond is en niet te veel last heeft van droogte of arme grond. In een voedselbos zorg je voor een goede bodemstructuur en voldoende water.
Een sterke boom kan beter tegen bladverlies dan een verzwakte boom. Hoewel de mineermot de boom niet direct doodt, is het extra bladverlies in combinatie met andere stressfactoren niet wenselijk. Geef de boom bij langdurige droogte af en toe een emmer water, vooral als hij jong is.
Vang de paardenkastanjemineermot met feromonen en een mottenval
Wil je de populatie echt onder controle krijgen, dan is de feromoonval je beste vriend. Dit is geen vergif, maar een lokmiddel.
Feromonen zijn de geurstoffen die de vrouwtjesmot gebruiken om mannetjes te lokken. In de val zit een kunstmatige feromooncapsule. De mannetjes vliegen erop af en komen in de val terecht.
Ze kunnen de vrouwtjes niet meer bevruchten, waardoor de populatie afneemt. Bovendien geeft de val je inzicht in hoe groot het probleem is.
De ideale inzetperiode voor feromonen is lang. Je begint in april en stopt pas in september. De pieken in activiteit zijn begin april, eind mei, begin juli en eind augustus.
In deze periodes moet je de val zeker controleren. Een feromooncapsule is ongeveer 4 tot 6 weken werkzaam.
Een standaard val, zoals die van de Tuinadvies webshop, is geschikt voor ongeveer 100 m² of een boom met een kruindiameter tot 12 meter.
Voor de meeste paardenkastanjes in een voedselbos is één val voldoende. Prijzen voor deze valletjes variëren. Een complete set (val + feromooncapsule) kost vaak tussen de €12 en €18. Losse navullingen van feromonen zijn er vanaf €7 tot €10 per stuk.
Merken als 'Lokvallen' of 'Ecofective' zijn breed verkrijgbaar. Hang de val op de zuidkant van de boom, op ongeveer 2 meter hoogte. Blijf ook alert op de gezondheid van andere bomen, zoals het tijdig herkennen van de iepziekte.
Zorg dat de val niet in de volle wind hangt, maar wel voldoende luchtstroom heeft. Controleer de val wekelijks en maak hem leeg. Tel het aantal motten.
Tip: Vang de paardenkastanjemineermot met feromonen en een mottenval. Hang de val vanaf half april tot eind september. Dit helpt niet alleen de populatie te verkleinen, maar geeft je ook cruciale data over de druk op je boom.
Inschrijven nieuwsbrief
Zie je een explosieve stijging? Dan weet je dat je actie moet ondernemen, bijvoorbeeld door extra blad te verwijderen.
Wil je op de hoogte blijven van de beste natuurlijke oplossingen voor jouw voedselbos? Schrijf je in voor de nieuwsbrief. Je ontvangt dan seizoensgebonden tips over fruitbomen, permacultuur en het bestrijden van plaagdieren zonder chemische middelen.
Handig, want de mineermot is niet de enige uitdaging in je tuin.
Je leert er over de juiste timing voor bemesting, het snoeien van bomen en het stimuleren van natuurlijke vijanden. Zo blijft je voedselbos gezond en productief. De mineermot is een hardnekkige plaag, maar zeker te managen.
Door bladhygiëne en het gebruik van feromonen beperk je de schade tot een minimum. Je boom blijft vitaal en kan zijn werk doen in je ecosysteem.
Het is een kwestie van slim observeren en op het juiste moment handelen.
Zo blijft je paardenkastanje een pronkstuk in plaats van een zorgenkind.